Actuele ontwikkelingen arbeidsvoorwaarden


1.Op 1 januari 2001 is de wettelijke regeling voor de fiscale tegemoetkoming van het verlofsparen van kracht geworden.

2.Ook is op 1 januari 2001 een wettelijke regeling voor de fiscale stimulering van doorbetaling tijdens ouderschapsverlof van kracht geworden.

3.Per 1 februari 2001 is de wijziging van de vakantiewetgeving ingegaan.

4.Per 1 maart 2001 wordt de wijziging van de regeling rond consignatie (extra opkomst in ploegendienst) in het arbeidsbesluit van kracht.

 

1.  Fiscale tegemoetkoming verlofsparen

Per 1 januari 2001 is de wettelijke regeling voor de fiscale tegemoetkoming van het verlofsparen van kracht geworden. Daarmee wordt verlofsparen fiscaal aantrekkelijk gemaakt. Jaarlijks kunnen werknemers maximaal 10% van het bruto jaarsalaris (in tijd of geld) sparen voor langer verlof voor studie, zorg, of gewoon langdurig verlof. Bij sparen in tijd worden de gespaarde verlofuren omgerekend in geld. Het spaargeld moet voor iedere werknemer afzonderlijk worden geadministreerd op een rekening bij een financiële instelling of bij een in de CAO aan te wijzen fonds. De totale inleg mag maximaal 12 maanden verlof bedragen. De werknemer betaalt pas belasting bij uitbetaling van het salaris tijdens het verlof. De zgn. "omkeerregeling" is hier van toepassing. De regeling moet openstaan voor tenminste driekwart van de werknemers.

Er is een overgangstermijn van ruim 5 jaar om werkgevers in de gelegenheid te stellen al bestaande verlofspaarregelingen aan te passen aan de voorwaarden van de wettelijke regeling.


2.  Fiscale stimulering ouderschapsverlof

Vanaf 1 januari 2001 kunnen bedrijven aanspraak maken op een fiscale compensatie als zij het loon van werknemers doorbetalen tijdens ouderschapsverlof. Zij mogen 50% van het doorbetaalde loon, tot een maximum van 70% van het minimumloon, in mindering brengen op hun afdracht van loonbelasting en premies volksverzekeringen. Voorwaarde is dat de werknemer tijdens het ouderschapsverlof tenminste 70% van het wettelijke minimumloon krijgt doorbetaald. Bovendien moet het bedrijf de loondoorbetaling tijdens ouderschapsverlof in een bedrijfsregeling of een Collectieve Arbeids Overeenkomst geregeld hebben. Is dit niet het geval, dan moet de mogelijkheid tot doorbetaling openstaan voor tenminste driekwart van de werknemers.


3.  Wijziging vakantiewetgeving

Ingangsdatum wijziging 1 februari 2001.

De wijziging van de vakantiewetgeving heeft tot doel:

  • Werkgevers en werknemers meer vrijheid te geven om zelf afspraken te maken over het flexibel gebruiken van vakantiedagen.
  • De verjaringstermijn te verlengen van 2 naar 5 jaar om het sparen van vakantiedagen beter mogelijk te maken.


4.  Wijziging van de regeling rond consignatie in het arbeidstijdenbesluit

N.a.v. een evaluatie van de ATW-regels m.b.t. consignatie in de loop van 1998/1999 komt er een wijziging in het Arbeidstijdenbesluit, die een mogelijkheid inhoudt om in collectief overleg af te wijken van de consignatieregeling in de ATW (Arbeidstijdenwet). De wijziging wordt per 1 maart 2001 van kracht.

De wijzigingen zijn:

1.De hoofdregel in de ATW is: een werknemer die ook ’s nachts geconsigneerd is mag over een periode van 13 weken gemiddeld maximaal 40 uur per week werken, inclusief de oproepen in consignatie.

2.Hiervan mag alleen in collectief overleg (met de ondernemingsraad of in de CAO) worden afgeweken, en gemiddeld 45 uur per week over 13 weken arbeid als maximum worden gehanteerd, wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan:

a.de werknemer is maximaal vier perioden van 24 uur per vier weken geconsigneerd, of:

b.er is een regeling voor compenserende rust afgesproken die minimaal inhoudt:

-wanneer de werknemer tussen 0.00 en 05.00 uur in de nacht arbeid verricht voortvloeiende uit een oproep in consignatie, heeft de werknemer na afloop van de laatste oproepperiode een aaneengesloten rustperiode van tenminste acht uur;

-wanneer de geconsigneerde werknemer tussen 05.00 uur en 06.00 uur in de nacht arbeid verricht in consignatie (en dus niet eerder) dan heeft hij in de 24 uur na afloop van de laatste oproep minstens een aaneengesloten rustperiode van 8 uur.

Daarnaast komt er de mogelijkheid om in collectief overleg af te wijken van de norm dat de werknemer per vier weken minimaal twee keer een periode van zeven aaneengesloten etmalen vrij is van consignatie. Dat betekent dat in collectief overleg gekozen kan worden voor een gelijkmatige spreiding van consignatiediensten over de weken.